Dolle Damhuis draait door…

In de jaren 2003/2004 ontpopte eenvoudig Nederlands kampioen Rini Kuijf zich als slap aftreksel van J.H. Donner. Als een papegaai toonde hij in elke editie van Schaaknieuws te pas en te onpas op zijn eigen wijze zijn afkeer tegen De Leeuw. Op zich geen probleem als iemand een programma niet leuk vindt; zap je gewoon door! Daar was de papegaai echter niet toe in staat.
Het afgelopen jaar manifesteert ene Damhuis (de huidige jeugd zou direct opmerken: “Damhuis? Damhuis? WTF is Damhuis?” En dan krijgen ze te horen: “Dat is de enige Nederlander die in 2007 in een 1-aprilgrap getrapt is!” Dan hoor je de jeugd roepen: “Damhuis! Damhuis! AH Damhuis! Damhuis! Damhuis…”) zich als een slap aftreksel van Kuijf. Het grasparkietje doet bijna in elke van zijn zinloze bijdrages op de RSB-site een Leeuw-kwakje. De eerste keer was dat nog aardig, maar inmiddels heeft het dusdanige vormen aangenomen dat het duidt op een hulpvraag. Als medewerker in de zorg van mensen met een verstandelijke beperking wordt dit natuurlijk direct herkend. En op een hulpvraag moet je soms inspringen. En in dit geval is directe hulp noodzakelijk.

Vanwaar het huidige gedrag van Damhuis?  Hoe is het ooit zover kunnen komen? Komt het door zijn naam? Damhuis en dat voor een schaker?! En dan ook nog werkend met een e-mailadres dat begint met damkat of dampoesje?! Liever had hij natuurlijk Schaakleeuw geheten of als mailadres gebruikt. Heeft hij nooit kunnen verdragen dat hij in plaats van de verwachting dammer te worden de nobele schaaksport is gaan uitoefenen?

Is Damhuis (bij het intikken van de anti-schaaknaam schiet je telkens in de lach) nog steeds gefrustreerd dat hij enkele jaren geleden als simultaangever tegen een aantal Leeuw-aanhangers met wit niet meer dan 50% scoorde? (Op zich al een reden om met schaken te stoppen als je er zoveel kritiek op hebt en het niet kunt bewijzen.)

Uit wetenschappelijk onderzoek is ook bewezen dat personen die alleen maar kritiek op iets hebben, eigenlijk verliefd zijn en eigenlijk niets anders willen dan het adoreren van hetgeen waar ze zich zo sterk tegen verzetten. De verwachting is dan ook dat ons grasparkietje het boekwerk ‘De Leeuw, hét zwarte wapen’ uit zijn hoofd kent.

Het herhaaldelijk doen van een kwakje heeft ook een verklaring. In de reeds genoemde zorg is het volgende voorbeeld sprekend.

“Een cliënt riep al een paar dagen hetzelfde. Waar hij kwam, sprak hij dezelfde zin uit. Te pas en te onpas gebeurde dat. Zijn begeleiding was het op een gegeven moment zat en zei tegen hem dat hij de volgende dag maar een ander bandje op moest zetten. En zo gebeurde het ook. De volgende dag kwam de betreffende cliënt trots aanzetten met een cassettebandje van Frans Bauer. Dat was niet helemaal de bedoeling, maar hij had er toch wel iets van begrepen.”

Deze evolutie mogen we natuurlijk van een grasparkietje niet verwachten.

Maar wat nu om de inmiddels dolle Damhuis te helpen? Dat is simpel. De vierde druk van De Leeuw – hij zal nog wel even geduld moeten hebben, want deze druk komt eind 2008 uit - zal als medicijn helpen om hem weer bij zinnen te krijgen. Zijn liefde zal dan beloond worden met nieuwe varianten, nieuwe partijen, enzovoorts. De verwachting is dan ook dat hij definitief door de knieën gaat en ‘zijn’ Leeuw ten huwelijk zal vragen. Dat dat vervolgens een lachbrul op zal leveren, moge duidelijk zijn….

Jerry van Rekom

PS: Dit is een eenmalige reactie. Ongetwijfeld zal het grasparkietje naar aanleiding van deze reactie wel weer een kwakje produceren. Die symptomen zullen pas eind volgend jaar verdwijnen. Laten we het er maar op houden dat elk kwakje weer reclame (ondanks dat we dat zeker niet nodig hebben) is voor De Leeuw!