Schaken met kleuters, kan dat?

Schaken met kleuters, kan dat wel? En zo ja, hoe doe je dat dan? Jessica Derksen is zelf de moeder van kleuters en heeft in de afgelopen maanden een cursus Schaaktrainer A gevolgd. Een van de opdrachten die ze in het kader van deze cursus heeft gemaakt heeft ze gewijd aan het schaken met kleuters. Dat blijkt namelijk wel degelijk te kunnen.

Wat kom er kijken als je met kleuters schaakt? Wat vindt een kleuter leuk en wat moet je beslist niet doen. U kunt het lezen in het persoonlijke verhaal van Jessica Derksen.








Schaken met kleuters

Toelichting In het kader van de cursus Schaaktrainer A schreef Jessica Derksen een artikel waarin zij ervaringen verwerkte die zij opdeed met het schaken met kleuters. Dit persoonlijke verhaal bevat veel praktische aanwijzingen die algemeen bruikbaar zijn. Wij hebben er bewust voor gekozen om het verhaal van Jessica Derksen in de oorspronkelijke opzet te publiceren.

Inleiding
Sinds mijn eigen kinderen de kleuterleeftijd bereikt hebben, ben ik bezig met schaakles te geven aan kleuters. Ik probeer daarbij de stappenmethode te volgen, maar heb al snel gemerkt dat erg jonge kinderen een aparte aanpak nodig hebben. Hieronder volgen een aantal tips om een schaakles met kleuters tot een succes te maken.

Houding ten opzichte van de kleuters
Als je les gaat geven aan kleuters, dan zal het niet lukken om een les uit de stappenmethode volgens het boekje uit te voeren. Kleuters zijn speels, vlug afgeleid en als ze iets niet boeiend vinden, dan ben je hun aandacht kwijt. Bovendien hebben ze veel meer tijd nodig om zich vaardigheden eigen te maken dan grotere kinderen. Kleuters zijn geen toehoorders. Ze moeten vooral doen. Je zult dus steeds leuke spelletjes moeten aanbieden met veel variatie.

Observeer de kinderen voortdurend. Blijven ze actief met het spelletje meedoen, of willen ze tikkertje gaan spelen. Raak je ze kwijt, biedt dan een ander spelletje aan. Als ze het leuk vinden, dan hebben ze pret voor tien, een leuke avond, en steken ze er beslist iets van op. Snel gaat het niet, maar geen nood. Je hebt met kleuters ook alle tijd van de wereld.

Luister naar hun verhaaltjes over alledag en geef ze af en toe een aai over de bol. Kleuters kunnen nog erg lichamelijk zijn en op schoot klimmen of spontaan een knuffel geven.

Kleuters kunnen ook ondeugend zijn en dwars, maar ze hebben gelukkig ook als vanzelf respect voor jou als trainer. Doorgaans zijn ze lastig bij de eigen ouders en gedragen ze zich wel bij anderen. Als een kleuter toch lastig gedrag vertoont, dan is het vaak al voldoende om ze even op een 'stoute stoel' te zetten en af te zonderen om ze weer in het gareel te krijgen.

Lesmateriaal
Ik heb voor zo'n 90 Euro een mini tuinspel gekocht. Voor ongeveer 10 Euro een stuk vinyl gekocht en met zwarte tape de randen afgezet. De opplakcijfers en opplakletters waren nog het duurst: 60 cent per stuk. Hiermee heb ik een leuk instructiebord gemaakt waar de kleintjes lekker op kunnen zitten.

Ik vroeg me aanvankelijk af of de kleuters op een dergelijk bord het overzicht niet zouden verliezen, maar dat valt mee. Ze kunnen prima aangeven waar de stukken naar toe kunnen. Wel moet je erop letten dat ze goed recht voor het bord zitten als ze met pionnen moeten werken. Voor de overige stukken is dat minder belangrijk.

De groene en rode schijfjes, waarmee ze goede en slechte velden kunnen aangeven heb ik gemaakt van overgebleven vinyl beplakt met dunne folie.

Materiaalverhoudingen
Kleuters kunnen wel tellen, maar niet rekenen en hun begrip van getallen is nog niet voldoende ontwikkeld om te kunnen volstaan met: De toren is 5 punten waard, het paard 3, dus als je een toren ruilt voor een paard, dan verlies je 2 punten. Het zegt een kleuter niets. De waarde van stukken moet je dus visualiseren. Als eerste doe je dat door te laten zien naar hoeveel velden elk stuk kan. Leg fiches neer op velden waar elk stuk heen kan. De dame op e4 naar 27 velden, de toren altijd naar 14 velden, de loper soms naar 13 velden, maar vaak minder, en het paard naar maximaal 8 velden. De dame zal dus wel het sterkste zijn. De punten kun je laten zien door 10 kralen neer te leggen voor de dame, 5 voor de toren, etc. Op die manier zien de kinderen het verschil in waarde. Ook snoepjes doen het goed. Laat ze maar 5 snoepjes inleveren als ze een dame tegen een toren verliezen. Dat vinden ze verschrikkelijk. Laat ze ook snoepjes eten als ze punten winnen.

Je kunt kleuters ook wat laten spelen met een telraam. Rekenen doen ze nog niet in de kleuterklassen. Het blijft beperkt tot sommetjes als getal + 2. Bij schaken moeten ze 10-7 doen en 5-3, of 10-3. Die specifieke gevallen kun je de kinderen met een telraam laten uitrekenen. Ze zijn weer even met iets anders bezig, dat zijdelings toch met schaken te maken heeft. Variatie!

Velden benoemen
Kleuters kunnen nog niet lezen. Gelukkig wordt er in de kleuterklassen al wel aan beeldherkenning van letters gewerkt. De cijfers leren ze al wel lezen. Dus eigenlijk hoef je ze alleen nog maar de letters a,b,c,d,e,f,g,h te leren. Het alfabet wordt ook geoefend, dus het rijtje a,b,c,d,e,f,g,h opnoemen lukt best. Helaas worden op schaakborden vaak hoofdletters als co÷rdinaten gebruikt. Het is niet anders. Leer ze toch a t/m h of A t/m H aan. Desnoods moeten ze vanaf A steeds 'tellen' tot h. Geeft niets.

Op het grote bord kun je leuk spelletjes doen als: Leg je rechterhand op d5. Zet je linkervoet op b2. Doe dat met twee kinderen en maak het ze flink moeilijk. Ze gieren het uit.

Activiteit van de stukken
Je kunt kleuters best leren om hun stukken te ontwikkelen. Noem het alleen niet ontwikkelen. De stukken liggen allemaal nog in bed, terwijl het paard al is opgestaan. Hij is al aangekleed, zijn tandjes zijn gepoetst, hij heeft ontbeten en staat al midden op het veld (f3) mee te doen. En waar blijft de rest? Waarom liggen torens en lopers nog in hun luie bed? Moet dat arme paard het werk alleen opknappen?

Trouwens, het witte paard is het paard van Sinterklaas en het zwarte paard is van Zwarte Piet.

Stipschaak
Het spelen van een volledige partij is voor beginners erg moeilijk. Matzetten gebeurt doorgaans per ongeluk. Voor kleuters duurt een partij bovendien te lang. Daarom laat ik de kleuters uitsluitend stipschaak spelen. Onder 7 stukken van elke kleur zit een stickertje (stip) geplakt. Een onder de koning, de dame, een loper, een paard en een toren en onder twee pionnen. Zodra een kind 5 stukken of pionnen met een stip geslagen heeft, heeft het gewonnen en krijgt het kind 5 punten. Zijn tegenstander krijgt net zoveel punten als stippen dat het geslagen heeft. Zet zelf de beginstelling op en zorg ervoor dat de kleuters niet zien waar de stukken met de stippen gezet worden. Voor de kinderen is dit heel spannend. Verwachtingsvol kijken ze op de onderkant van het stuk of er een stip zit. Zo nee, dan is de tegenstander opgelucht. Oef, geen stip. Alsof het dus helemaal niet erg is dat een van zijn stukken van het bord geslagen is. Zit er wel een stip onder, dan klinkt er een vreugdekreetje en wordt het stuk op een speciale plaats neergezet. Laat de kinderen zelf maar uitzoeken, waar de geslagen stukken met een stip komen en waar de geslagen stukken zonder een stip neergezet moeten worden. Geregeld zullen ze vertellen hoeveel stukken met stip ze al hebben.

De partijen duren een stuk korter en de kinderen kunnen op een clubavond gemakkelijk een vierkamp afronden. Omdat ook de verliezer punten krijgt, kan de eindstand nog verassend zijn.

De koning heeft ook een stip. Je kunt besluiten om beginners meteen 5 punten te geven als ze de koning mat zetten, maar als betere schakers stipschaak spelen met beginners, dan moet je ze uitleggen, dat ze voor de koning maar 1 punt krijgen (want 1 stip) en dat het spel daarna meteen afgelopen is. In plaats van 5 punten zou het dus kunnen zijn dat de winnaar maar 1 punt krijgt. Op deze manier sluit je herdersmatpogingen bij voorbaat uit. Natuurlijk wil je een beginner die per ongeluk mat zet wel belonen, vandaar dat je dit per geval even moet bekijken.

Opstapjes
Als voorloper op werkboek 1 van de stappenmethode zijn twee werkboeken ontwikkeld met een groter diagram, eenvoudigere stellingen en leuke plaatjes, maar met dezelfde onderwerpen als het stap 1 werkboek. Ik laat de kinderen beginnen in opstapje 1. Ze hoeven niet te kunnen noteren en mogen gewoon pijlen trekken op de diagrammen om de juiste zet aan te geven. Dat lukt kleuters ook wel. Door de lesjes aan te passen aan de oefeningetjes uit de opstapjes, zorg je ervoor dat de kinderen een logische opbouw ervaren in hun schaaklesjes en dat je niet te snel dingen gaat doen die de moeilijk voor ze zijn. Halverwege opstapje 2 kunnen de kinderen het moeilijk krijgen. Ze moeten dan mat gaan zetten met de dame en dan komt er een stukje ruimtelijk inzicht bij kijken. Als de kleuters daar vast gaan lopen, geef ze dan werkboek 1 en laat ze bijna vooraan beginnen. Ze krijgen dan eerst weer een stukje herhaling en wordt het moeilijke onderwerp even uitgesteld. Bijna halverwege stap 1 komen ze dan ook weer bij mat in 1 oefeningen en daar pak je de draad van opstapje 2 weer op.

Zodra de kleuters opstapje 1 uit hebben en ook het moeilijke, zoek een veilige weg beheersen laat je ze een oefenexamen opstapje 1 maken en later een echt examen. Later laat je ze eerst een opstapje 2 examen maken, alvorens ze een stap 1 examen gaan maken.

Samengevat
Kleuters kunnen prima leren schaken, maar ga niet te snel. Pas je tempo en taalgebruik aan aan de kleuters en laat je bij de leskeuze enigszins leiden door de kleuters zelf. Wees bereid om een les te veranderen als blijkt dat de kinderen geen zin hebben in een oefening met een paard, of iets dergelijks. Zorg voor afwisseling. Wees gezellig en vriendelijk. Een kleuter is oprecht en als hij genoten heeft, dan zal hij dat laten merken ook.

Jessica Derksen