Scheids met strafblad
Gerard Kool in de schaduw van schaakgrootmeesters
Hij is vaak arrogant en eigenzinnig. Schuwt de grootspraak niet. Gerard Kool beweegt zich vol bravoure door de Rotterdamse schaakwereld. Activiteiten in het illegale gokcircuit vormen de rode draad in zijn leven. Inmiddels is hij - paradoxaal voor de buitenstaander - internationaal arbiter. IJzersterk in het vasthouden van getallen en data. Succesvol als denksporter. Komende week speelt hij als een van de vele amateurs in de schaduw van grootmeesters in Wijk aan Zee.
HENK J. DE KLEIJNEN
ROTTERDAM
Gerard Kool
foto Ab Scheel
,,Dit wordt geen alledaags verhaal," klinkt het bijna uitdagend in het speellokaal van Charlois Europoort, een van de drie schaakclubs waarvan hij lid is. Daarmee blijkt niets te veel gezegd. Het is een grillig verhaal van een avontuurlijke vrijbuiter en eeuwige vrijgezel. Gerard Kool, als geboren Amsterdammer ooit noodgedwongen uitgeweken naar Rotterdam, vertelt met zichtbaar plezier.
Zijn scheikundestudie kreeg een voortijdig einde, toen hij bij een mislukte proef chloorvergiftiging opliep. Extra triest, omdat hij direct na de tweede wereldoorlog difteritis had opgelopen en daar levenslang problemen met de luchtwegen aan overhield. Jaarcontracten voor administratieve klussen via uitzendbureaus volgden.
Op 30-jarige leeftijd kwam hij in contact met de hoofdstedelijke illegale gokwereld, waar hij zich ontwikkelde tot veelgevraagd croupier bij de roulette en aan de blackjack tafels. Een lucratief bestaan, dat in gevaar kwam toen het eerste legale casino in Nederland - Zandvoort - werd geopend. Met het gedoogbeleid van de Amsterdamse gokpaleizen was het toen gedaan.
Kool week uit naar Rotterdam, waar hij zijn activiteiten 'ondergronds' kon voortzetten. Niet zonder problemen: driemaal volgde na een inval de gang naar de rechter. Tot tweemaal toe wist hij zijn veroordeling met succes in hoger beroep aan te vechten. ,,Zonder advocaat, he", klinkt het trots. Bij de derde keer ging het mis, omdat hij een detail als 'medeplichtigheid' over het hoofd had gezien. Dat betekende kort 'brommen'. Nadien startte hij een handel in kunstvoorwerpen en nam hij administratief deel aan universitaire onderzoeken.
,,Wel was het me duidelijk geworden dat ik beter rechten had kunnen gaan studeren," blikt hij terug. Dat voornemen zou later toevallig worden verzilverd, toen hij zich bij een schaaktoernooi groen en geel ergerde aan de knullige arbitrage. Onder het motto ,,dat kan ik ook, maar dan beter" startte hij aan een meerjarige studie met aanvullende stages die hem inmiddels de status van internationaal arbiter hebben opgeleverd.
Ooit was het moeilijk kiezen tussen bridge (nationale titels bij de studenten) en schaken. Dik twintig jaar raakte hij geen stuk aan, maar na de dood van zijn zus die een verkeerde medische behandeling had moeten bekopen met vijf jaar coma, zocht hij afleiding in het schaakwereldje. Opvallend daarin is zijn grilligheid: ,,Soms speel ik de sterren van de hemel, dan weer is het huilen met de pet op." Aan talent ontbreekt het hem zeker niet. Tien jaar geleden werd hij individueel kampioen van Rotterdam, onlangs kwam hij nog uit in het Senioren EK in Dresden.
Volgende week is hij een van de vele deelnemers aan een dagvierkamp in Wijk aan Zee. In de tweede klasse is hij een van de sterkere amateurs. Het Corustoernooi is ook voor hem een jaarlijks hoogtepunt: ,,Een fantastische ambiance en een weerzien van veel oude bekenden. Grandioos gewoon."
|