Kaderbrief
[mededelingen en opinies]
Jaargang 2, nummer 4
d.d. 26 februari 2007
Redactie Kees van der Waal
e-mail: pr@r-s-b.nl
Op 17 januari j.l. organiseerde het “Servicepunt West” een bijeenkomst voor bestuurders van verenigingen van de HSB, LeiSB en de RSB.
Die avond werd aandacht besteed aan de beleidsplannen van de KNSB en daarnaast was er een uitgebreide gedachtewisseling over het verschijnsel ledenverlies en de vraag hoe het tij te keren.
Een toehoorder doet er bij dit soort discussies goed aan met een half oor te luisteren, maar wel goed op te letten. Er wordt n.l. veel oud nieuws geroepen, open deuren ingetrapt en onder dat alles zitten vaak bruikbare ideeënverborgen. De kunst is nu dit laatste eruit te filteren en te vertalen naar iets dat bruikbaar is.
Zo lanceerde iemand de stelling dat bij fusies van schaakverenigingen in de praktijk van een “sterfhuisconstructie” sprake is. Bij de aanwezigen ondervond deze uitspraak weinig weerwerk.
Verenigingen fuseren om diverse redenen en telkens weer blijkt dat waar er eerst twee goede verenigingen waren van een zekere omvang er na fusie en verloop van enige tijd nog maar één over is van precies dezelfde omvang als elk voor de fusie had, met andere woorden het ledenaantal is gehalveerd.
Ook kwalitatief brengt fusie niet altijd uitkomst. Als twee naar algemene maatstaven als zwak aan te merken verenigingen fuseren is dat, zo leert de ervaring, geen waarborg voor een goede kwaliteit van de fusievereniging.
Bepleit werd dan ook een andere weg te zoeken dan fusie en wel een vergaande samenwerking op allerlei gebied na te streven.
Voor een voorbeeld van zo’n samenwerking werd door de aanwezige HSB-ers gewezen op de situatie in het Westland.
De daar gesitueerde verenigingen hebben elk hun eigen identiteit, hun eigen clubavond, hun eigen ledenbestand, hun eigen clubblad en ga zo maar door, maar naar buiten treden zij op als eenheid, ook voor wat betreft deelname aan de externe competitie.
Dit nu is een interessante ontwikkeling.
Het voordeel is duidelijk; in de externe competitie kan een ieder spelen in een team passend bij zijn speelsterkte. De gecombineerde teams kunnen hogere klassen bereiken dan de teams van de afzonderlijke verenigingen.
Ook kunnen mogelijk meer teams worden ingeschreven dan de som van het aantal teams van de verenigingen afzonderlijk, dus meer mensen kunnen “extern” spelen.
Aantal teams en het sportief niveau daarvan kunnen een ledenwervende werking hebben en ook het verlies van leden tegengaan.
In de RSB hebben wij onlangs de mogelijkheid in ons competitiereglement opgenomen te spelen met “combiteams”. Beoogd wordt de zwakkere spelers in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan de RSB-competitie. Dat het om de minder sterke schakers gaat blijkt uit de constructie dat de “combiteams”slechts in de laagste regionen mogen acteren.
De vraag is nu of die beperking wel een juiste is. Moet ons competitiereglement worden aangepast zodat in alle klassen het spelen met “combiteams” mogelijk wordt?
Nu zie ik enkelen van u al denken “dat is niets voor ons, het gaat toch goed en al die rompslomp hoeft niet”.
Ja, ik noem geen namen, maar ik zou toch wel eens willen weten of een aantal RSB verenigingen niet gebaat zou zijn met een samenwerking op het vlak van de externe competitie.
Een vereniging speelt b.v. al jaren in de 3e klasse van de KNSB of in de 3e klasse van de RSB. Zou door een samenwerking met een zustervereniging niet een sterker team op de been gebracht kunnen worden en kan daardoor voor het eerste team de 3e klasse worden veranderd in 1e klasse?
De samenwerking maakt het wellicht financieel haalbaar om voor de spelers van het gecombineerde eerste team een externe trainer aan te trekken?
Vragen, die als zij positief beantwoord worden, de weg wijzen naar de samenwerking, met als uiteindelijke doel een kwalitatieve verbetering van de vereniging en mede daardoor grotere aantrekkelijkheid voor de leden.
“Samen sterk”.
Uw reacties zie ik met belangstelling tegemoet.
Kees van der Waal
De kaderbrief wordt aan alle verenigingen gestuurd en wel via de eenvoudigste weg, de elektronische snelweg.
Binnenkort zullen ook de voorzitters op de verzendlijst worden geplaatst.
Het is voor de redactie bijna ondoenlijk of in elk geval zeer tijdrovend een adressenbestand van alle bestuursleden van de verenigingen te onderhouden. Daarom aan u het vriendelijke verzoek de door u ontvangen kaderbrief door te sturen naar de bestuursleden van uw vereniging.
Waarvoor dank.
|