|
Schiedam, 25 juli 2008
Wie lang leeft kan veel verhalen vertellen en over wie lang geleefd heeft valt veel te vertellen. Dat geldt zeker voor en over Jan Boos, van wie wij vandaag definitief afscheid moeten nemen.
Bij het voorbereiden van deze toespraak heb ik dan ook geput uit een vraaggesprek met hem, dat in de Gazette, het clubblad van de schaakvereniging, verschenen is in 1996.
Op 12-jarige leeftijd leerde hij schaken en zoals dat vaak gaat, hij liet het niet meer los en het liet hem niet meer los. In 1937 wordt hij lid van het Schaakgenootschap Overschie, toen nog een aparte gemeente waar zijn vader in de gemeenteraad zat en ook lid was van Overschie. Even terzijde: enkele jaren geleden overhandigde Jan mij een puntgaaf exemplaar van het eerste nummer van het clubblad van Overschie uit 1937 uit het archief van zijn vader. Ik zou daar wel raad mee weten, zo zei hij mij. Bij Overschie bleken ze dit nummer niet in hun archief te hebben. Het werd dan ook in grote dank aanvaard.
Jan werd electromonteur maar toen begon W.O. II. Zijn verhaal in het eerder genoemde vraaggesprek leest als een jongensboek maar het bittere tegendeel is het geval. Jan moest in 1942 vanwege de Arbeitseinsatz naar Duitsland. Zijn ervaringen in die tijd hebben hem voor het leven getekend en zijn karakter verder gevormd. Na veel omzwervingen kwam hij terug in Nederland in 1945.
Kort na de oorlog werd hij achtereenvolgens lid van -weer- Overschie, Zoetermeer waar hij clubkampioen werd, Alblasserdam, Schiedam (1969) en Het Zwarte Paard in 1977. Die omzwervingen hadden te maken met de verschillende werkkringen. Schiedam en Het Zwarte Paard fuseerden eind jaren 80 tot HZP Schiedam. Sindsdien was Jan lid van onze vereniging en speelde in de interne en externe competitie. Zijn vrouw was in 1976 na een lang ziekbed overleden en Jan bleef alleen achter. Schaken en schilderen waren zijn lievelingshobbies. Als de nood aan de man kwam, was hij altijd bereid om ineens in te vallen in een van de onze vereniging vertegenwoordigende teams.
Eind 2007 verhuisde hij naar Frankeland. Op een tafeltje tegen de muur stond altijd een schaakbord met de stukken in de beginopstelling, de schaakklok ernaast en een lamp boven het bord. Op de salontafel lagen kranten, post en andere op dat moment minder belangrijke zaken. Ik heb hem weleens verteld dat ik het vergeleek met de fameuze TV-uitzending (zo'n 30 jaar geleden) van de studentenkamer van Jan Timman, toen in opkomst en nu een Nederlandse schaakgrootmeester. Ook daar overal wat slordig gedeponeerde zaken maar pontificaal een keurig schaakbord, klaar voor de strijd. Nog dagelijks werd in Frankeland het schaakbord gebruikt voor de partijen tussen Jan en ons lid Hans Brinkman.
Bij de viering van ons 85-jarig bestaan in Mei jl. nam Jan deel aan de simultaan tegen John van Baarle met remise als resultaat. Datzelfde resultaat had Jan in 1938 behaald in een simultaan tegen Dr. Euwe.
Tussen deze twee remises ligt 70 Jaar schaakgeschiedenis!
Jan, rust in vrede.
*****
|