De RSB verdient net als clubs veel nieuwe leden, maar hoe?
door Hans Berrevoets
De georganiseerde schaakwereld heeft dringend meer geregistreerde leden nodig om als schaaksport een steviger vuist te kunnen maken. Tot nu toe is de ontwikkeling alleen de andere kant op.
De landelijke schaakbond KNSB dreigt zelfs onder de twintigduizend leden te komen. Dat is jammer. Iedereen wil graag een positief schaakklimaat bevorderen. De vraag is alleen: Via welke weg wordt dat het beste bereikt?
Het is bekend dat het bestuur van de RSB werkt aan de bevordering van het schaakklimaat. Elke schaakliefhebber zou bereikt moeten kunnen worden door clubs, schaaksozen en andere activiteiten. In welke levensfase iemand zit: schaken kan altijd!
Blijven schaken kan zelfs voor senioren van krasse leeftijd een gezondheidsadvies zijn, om bij de samenleving betrokken te blijven. De oud-dameskampioene Catherina Roodzant had het schaken zelfs nog lief tot na haar eeuwfeest.
Promotie, werving, persoonlijk contact, leuke evenementen, leeftijdsbewust schaken en nog veel meer behoort tot de normale instrumenten om de schaaksport te laten (door) klinken. Dan wil je gewoon graag lid worden. De vraag is of er nog andere, zwaardere en verdergaande instrumenten ingezet zouden moeten worden om mensen lid te maken.
ARTIKEL 5
Het RSB bestuur heeft een middel in voorbereiding, dat die stap verder gaat. De opzet is om op de algemene ledenvergadering van 12 september een wijziging door te voeren in de statuten (artikel 5). Schaakclubs worden sneller verplicht om mensen officieel aan te melden bij de RSB en KNSB.
In artikel 5 is het begrip "leden" nauwkeuriger omschreven zodat alle leden van de verenigingen ook lid zijn van de RSB, zo is de redenering van de RSB. Volgens een ontwerpverslag van een vergadering in mei van de RSB is artikel 5 bedoeld als stok om de hond te slaan. Ik citeer: ,,De voorzitter merkt op dat het juridische aspect niet het belangrijkste is, maar dat we de verenigingen die hun leden niet als lid van de RSB opgeven willen bestrijden."
Deze ene regel weerspiegelt niet het normale vriendelijke en genuanceerde oordeel van de voorzitter. Hij is altijd in voor schaakpromotie en spreekt ook langer dan die ene zin. Het woord bestrijden past alleen op het bord, maar niet bij normale verhoudingen tussen RSB en schaakclubs.
Het woord en de wijziging van artikel vijf lijkt mij voor een positief schaakklimaat wel erg kort door de bocht.
De vraag is tevens: Gaat de RSB niet op een te grote stoel zitten, waarop de organisatie niet hoort en niet past?
STATUTEN
De verenigingen hebben eigen statuten en reglementen. Doel en middelen zijn daarin naar eigen inzichten omschreven. Om dat in overeenstemming te brengen met de eisen in het burgelijk wetboek 2 zijn er vaak notarissen aan te pas gekomen. Elke club probeert vaak de eigen cultuur, de eigen doelstellingen in statuten en reglementen vast te leggen. Dat past ook binnen de vrijheid van vereniging in Nederland. De clubs zijn volledig bevoegd. Als de club zo ingrijpend in de interne beleidsvoering worden beperkt, is meer dan zomaar een keuze.
Immers: Het grondwettelijk recht voor vrijheid van vereniging gaat uit boven de wijziging van artikel 5 van de RSB. Dat artikel vijf kan botsen met de handelingsvrijheid van clubs volgens de eigen doelstellingen en middelen, waaraan in het verleden eigen ledenvergaderingen goedkeurig hebben gegeven.
Als de RSB zo artikel 5 wenst te wijzigen, lijkt het distrikt zo boven de clubs te staan. Dat is historisch en praktisch gezien onjuist. De clubs hebben in 1931 de RSB in het leven geroepen om zaken te organiseren van gezamelijk belang. Het is democratie dus van onderop en niet van bovenaf met een dirigent die de muziek voorschrijft.
PARTIJ
De verenigingen zijn immers geen (onder) afdeling van een partij, die van bovenaf model statuten en reglementen voorschrijft. De verenigingen zijn zelfstandige rechtspersoon, die zelf bevoegd zijn om keuzes te maken. Zo moet dat blijven. Het RSB verdient ook ruimte en te kunnen besturen, maar daarvoor is geen ander artikel vijf nodig. Voorlopig ben ik niet overtuigd van de noodzaak om een stok te gaan maken om de hond (lees clubs) te slaan.
De enige strijd die we samen moeten voeren is om meer leden te werven door een positief schaakklimaat te scheppen. Het stellen van regels en nog eens regels past niet bij deze tijd. Het gaat om een actieve houding, die niet is afgedwongen.
De RSB kan zorgen voor een positief schaakruimte, waarin dat allemaal maximaal lukt.
We kunnen dus beter alle energie steken in positieve strijd voor meer leden en vooral ook meer schakers. De vijver waarin de georganiseerde schaaksport moet blijven vissen naar nieuwe leden moet snel groter worden.
Bijlage: Huidige artikel 5 en voorgestelde veranderingen:
|