Explosieve Statutenwijzigingen
Het RSB bestuur heeft geoordeeld dat het na twaalf jaar nuttig werd de Statuten en het Huishoudelijk Reglement (HHR) eens kritisch door te lopen om na te gaan welke teksten huns inziens door de praktijk van alledag achterhaald zijn of om andere redenen aanscherping behoeven.
De voorgenomen veranderingen in de Statuten en het Huishoudelijk Reglement zijn door een aantal Overschie-leden nauwkeurig bekeken en besproken. De wijzigingsvoorstellen bevatten hier en daar flinke verbeteringen, al moeten bij sommige teksten de puntjes nog wel even op "i" worden gezet.
Er zijn echter ook een aantal voorstellen gelanceerd waarbij SG Overschie op zijn zachts gezegd zo zijn twijfels heeft. Ook voor de andere aangesloten schaakverenigingen is het wellicht nuttig nog eens naar deze voorstellen te kijken. En dan liever niet door deze even oppervlakkig door te lezen, maar door de artikelen wat verder uit te diepen en te kijken (en te denken!) wat deze artikelen daadwerkelijk inhouden.
Het RSB bestuur staat natuurlijk niet voor maar één probleem maar moet het hoofd bieden aan een reeks van problemen. Toch nemen wij aan dat het probleem van de ledenterugloop in die reeks de hoogste prioriteit heeft. Het spreekt echter vanzelf dat dit niet alleen een probleem van en voor het RSB bestuur is maar ook van en voor de aangesloten schaakverenigingen. Zij zijn het immers die, als het puntje bij het paaltje komt, voor ledenaanwas respectievelijk ledenbehoud moeten zorgen! Het RSB bestuur kan daarbij hooguit ondersteunend bezig zijn.
Artikel 5
Een deel van de nu voorliggende wijzigingsvoorstellen is gerelateerd aan deze materie. Het gewraakte voorstel [Statuten Artikel 5, lid 1a onder ten 2e (regelmatige deelname) en ten 3e (schaakles of -training)] heeft op de RSB-website (Van Vaalen en Berrevoets), het Utrechts Schaakforum (heel veel respondenten) en Toms Schaakboeken buitengewoon veel reacties opgeleverd.
Het is moeilijk de strekking daarvan samen te vatten maar de meeste reacties komen er toch op neer dat dit het verkeerde middel is om het kwaad van de "grijze" leden (vroeger noemden wij dat "zwarte" leden maar dat is mogelijk niet meer politiek correct) uit te roeien. Maar er zijn ook reacties te lezen die inhouden dat een vereniging door zijn aansluiting verplicht is alle leden op te geven.
Wij menen te weten dat het RSB bestuur zich momenteel herbezint op de noodzaak van deze twee aanvullingen op de bestaande Statuten.
In hetzelfde artikel 5 staat echter nog een wijziging en daarmee heeft SG Overschie grote problemen. Het betreft de toevoeging aan lid 1a van de tekst: Leden van een schaakvereniging zijn natuurlijke personen … en de adder is dat hiermee de rechtspersonen worden geschrapt.
Wij weten niet hoeveel verenigingen in hun Statuten rechtspersonen toelaten maar onze Statuten kennen dat soort leden wel. De RSB heeft inmiddels laten weten dat de aangesloten schaakverenigingen zich zullen moeten conformeren aan de RSB Statuten. Dat betekent dat SG Overschie en waarschijnlijk ook een groot aantal andere verenigingen een gang naar de notaris moeten maken omdat de RSB rechtspersonen (scholen, gemeentes, instituten, e.d.) niet meer accepteert. Navraag heeft uitgewezen dat een dergelijke wijziging minimaal €350,00 gaat kosten. Het kan toch niet zo zijn dat de RSB met deze wijziging de aangesloten verenigingen voor duizenden euro's op kosten jaagt. Voor SG Overschie legt dit artikel een bom onder de voorgenomen statutenwijziging.
Ook de wijzigingen in artikel 8, lid 3 E (weglaten van het maximale bedrag per overtreding) en (oude) artikel 14, lid 4 (de mogelijkheid om schriftelijk te stemmen bij afwezigheid wordt geschrapt) bevelen wij in uw warme belangstelling aan.
Het spreekt vanzelf dat de Statuten veruit het belangrijkst zijn maar dat laat onverlet dat het toch goed is ook nog eens kritisch door de voorgestelde wijzigingen van het HHR te lopen. Ook hier wil SG Overschie de aandacht vestigen op een aantal punten.
In het nieuwe artikel 8 worden de functies van het bestuur omschreven. Voor ons zijn deze nieuwe beschrijvingen geen verbeteringen. Zo is geschrapt dat de penningmeester de geldmiddelen risicoloos moet beheren en is het nu ook mogelijk dat bestuursleden verantwoording moeten afleggen tegenover de voorzitter. Ons inziens kan dit laatste alleen tegenover het bestuur of de algemene vergadering.
In het nieuwe artikel 14, lid 2, is de termijn die wordt gesteld voor het overmaken van 25 euro om voor een beroep in aanmerking te komen verkort van 14 dagen naar 5 werkdagen. SG Overschie is van mening dat deze nieuwe termijn wel erg kort is. Navraag bij de Commissie van Beroep Wedstrijdgeschillen heeft geleerd dat bij de huidige termijn van 14 dagen al beroepen worden afgewezen omdat het bedrag niet op tijd is binnengekomen. Daarnaast hebben verenigingen een aantal dagen nodig om intern over een mogelijk beroep te overleggen en de penningmeester op de hoogte te stellen. Tenslotte moet worden opgemerkt dat wellicht niet elke vereniging over een internetrekening beschikt waardoor de termijn van vijf werkdagen kort is.
Wij hopen dat ook andere verenigingen nog eens kritisch naar de voorgenomen wijzigingen willen kijken; het is misschien wat taaie kost maar het loont de moeite. Wij hopen tevens dat het RSB bestuur de door ons aangehaald passages nog eens onder de loep wil nemen. Het huidige concept kan door SG Overschie niet geaccepteerd worden omdat de schaakclub hiermee haar eigen glazen ingooit.
Namens SchaakGenootschap Overschie
Jeroen van der Meer, voorzitter
|