De voorzitter spreekt

Op 9 september werd Arjen Postma unaniem verkozen tot voorzitter van de RSB. Dat er geen andere kandidaten waren, doet daar niets aan af. Hoog tijd om eens kennis te maken met de nieuwe preses!

Door Jason Zondag

Naam: Arjen Postma
Leeftijd: 64 jaar
Woonplaats: Ouderkerk aan den IJssel
Beroep: Financieel adviseur
Schaakvereniging: SV Krimpen aan den IJssel

Arjen, gefeliciteerd met je benoeming tot voorzitter van de RSB. Hoe ben je eigenlijk op het idee gekomen om je verkiesbaar te stellen?

Dankjewel. De voorzitter van mijn eigen schaakvereniging, Hans van Nieuwenhuizen, benaderde mij een keer na afloop van onze wekelijkse clubavond en vroeg me of ik belangstelling had voor de functie. Waarschijnlijk was hij op zijn beurt benaderd door het toenmalige RSB-bestuur met de vraag of wij als grootste vereniging binnen de RSB een kandidaat konden leveren.

Blijkbaar vond Hans mij aan de hand van mijn karaktereigenschappen en (bestuurlijke) vaardigheden wel een geschikt iemand. Hans en ik hebben een gemeenschappelijke achtergrond op het gebied van financiële dienstverlening. Na enkele oriënterende gesprekken met Teun Korevaar en Kees van 't Land, heb ik mijn CV ingeleverd bij Kees van der Waal en me officieel aangemeld als kandidaat voor het voorzitterschap.

Ik vind het een geweldige eer en tegelijk een enorme uitdaging om de komende jaren aan het wel en wee van de RSB en de bij haar aangesloten verenigingen te mogen werken.

Wat ben je allemaal met de RSB van plan de komende tijd?

Ik moet eerlijk zeggen dat ik mij tot nu toe nog niet intensief heb kunnen verdiepen in het reilen en zeilen van de RSB, zodat ik daar nog niet zo veel over kan zeggen. Ik ben in elk geval van mening dat het RSB-bestuur en de verenigingen nauwer met elkaar moeten samenwerken om een beter schaakklimaat in de regio te realiseren. Daar profiteert uiteindelijk iedereen van.

Als voorzitter wil ik boven de partijen staan en proberen het geheel hecht aaneen te smeden. Het bestuur (en daarmee haar voorzitter) moet niet gezien worden als een bedillerige en betweterige instantie, maar juist als coördinator en stuwende kracht om alle (schaak)neuzen dezelfde kant uit te krijgen.

Het grote speerpunt van beleid is natuurlijk om de gestage teruggang van het ledental om te buigen in een groei. Ik mik op 2500 RSB-leden in 2012. Nu hebben we er ongeveer 1900.

Wat betekent de schaaksport voor jou persoonlijk?

Schaken is voor mij ontspanning door (geestelijke) inspanning. Of het nou is op onze eigen clubavond, in de RSB-competitie, of tijdens externe toernooien, waarvan Corus het jaarlijkse hoogtepunt is. Tijdens zo'n driedaags evenement met gezamenlijk verblijf in Wijk aan Zee leer je je clubgenoten beter en onder andere omstandigheden kennen. En ook je tegenstanders. Sommigen worden echte schaakvrienden.

Ook al ken je elkaar niet of nauwelijks en spreek of versta je elkaars taal niet, er is altijd een universele band, namelijk de liefde voor de strijd op de 64 velden. Ik denk dat sporten, en denksporten zijn daarop geen uitzondering, in het algemeen bijdragen aan een betere verstandhouding en begrip tussen mensen.

In ons clubblad Op Goed Geluk werd ik een keer (uiterlijk) vergeleken met Bobby Fischer. We hadden allebei een woeste baard. Helaas is het tragisch met hem afgelopen. Met maar een paar procentjes van zijn schaakgenie zou ik al tevreden zijn geweest. Maar nu zelfs dit een utopie is geworden, zal ik mij noodgedwongen moeten beperken tot een succesvol voorzitterschap.

Tot slot nog een aardig voorval met een van de ouders van de basisschoolleerlingen in Ouderkerk aan den IJssel, aan wie ik alweer vier seizoenen ons edele schaakspel heb mogen bijbrengen. Ik onderteken de informatie die ik aan hen verstrek steevast met "jullie schaakmeester" - de kinderen noemen mij ook meester, hetgeen een aparte gewaarwording is -. Dit ontlokte de betreffende ouder de vraag: "Bent u echt een schaakmeester?" Ik heb daarop op uiterst diplomatieke wijze geantwoord: "Ja, ik ben inderdaad een schaakmeester, maar dat maakt mij (nog) geen grootmeester!"